
Er is een flinke kogelpotscherf aangetroffen in het vlak van één van de werkputten. Kogelpotten zijn een wijd verspreide vorm van gebruiksaardewerk uit de middeleeuwen. Ze ontlenen hun naam aan de ronde bodem (zonder pootjes of standvoet), waardoor complete potten wel wat op kanonskogels lijken!

Dankzij de ronde bodem, konden kogelpotten makkelijk in de hete as worden geplaatst. We denken dan ook dat de meeste kogelpotten als kookpot zijn gebruikt. We kennen ook speciale half-open onderstellen voor deze potten (zogenaamde ‘komforen’), waarbij de pot op uitsteeksels aan de binnenzijde rustte en het vuur er direct onder kon worden gestookt. Er komen verder ook vormen zoals schalen en bakpannen voor in kogelpotbaksel.

De oorsprong van de kogelpot is een grote discussie onder archeologen, de beste omschrijving is dan ook Fries-Saksisch. Via de Friese en Saksische kust regio’s heeft de kogelpot zich verspreid over een groot deel van Nederland en west/noord Duitsland. Het is geleidelijk ontwikkeld vanuit het Eitopf aardewerk, ook bekend als Hessens-Schortens, wat handgevormde eivormige potten zijn met een vrij bolle vorm. Vanuit hier is de ontwikkeling tot de volledige ronde kogelpotten maar een kleine stap. Kogelpotten zijn handgevormd – maar de rand is soms gedraaid op een draaischijf – en worden gekenmerkt door een vloeiend S-profiel en onbewerkte, soms iets verdikte randen. In de latere perioden worden de randen complexer, met facetten, dekselgeulen of overhangende randen (zogenaamde manchetranden).

Het Yesser exemplaar is mogelijk in de 14e eeuw te dateren. Wat voor een potje zou erin gekookt zijn?!