Ora et labora in Groningen: De Economie van klooster Yesse

Teijsinga kaart van Yesse

Klooster waren doorgaans niet alleen plekken om de religie te bedrijven. De economie en handel van kloosters was minstens net zo belangrijk. Bezittingen van kloosters varieerden van grote stukken (agrarisch) land, tot rechten die ze verkregen bij het intreden van novicen, tot visrechten. Dit zorgde voor de financiële basis waardoor het klooster kon bestaan.

 

De goederen van het klooster Yesse in rood
Figuur 1: de goederen van het klooster Yesse in rood (bron)

Klooster Yesse was hierbij niet anders dan andere kloosters. Al vanaf 1245 is bekend dat klooster Yesse grond kocht, zoals ‘Ebedinger Ghoet’ (Bos, 2014, p. 43). Op zijn hoogtepunt bezat klooster Yesse ruim 3173 hectare grond (fig. 1; Deterd Oude Weme, 2015, p. 198) voor onder andere agrarische productie en verpachting. Hiermee werd klooster Yesse het derde grootste in de provincie Groningen. Naast het bezit van landbouwgrond was het steken van turf ook een belangrijke productieketen. Met de aankoop van bezittingen in het veengebied rond Kropswolde vanaf 1249 zette klooster Yesse de eerste stappen voor de winning van turf (Flikkema, 2014, p. 5). Veel van de gewonnen en ontgonnen producten waren voor eigen gebruik, maar er speelde wel degelijk ook een economische factor bij de aankopen die het klooster deed.

Aanwijzingen voor textielverwerking: spinstenen, lakenloodjes en vingerhoedjes
Fig. 2 Aanwijzingen voor textielverwerking: spinstenen, lakenloodjes en vingerhoedjes

Naast de gronden rond klooster Yesse waren er ook voorzieningen voor de economische bedrijfsvoering op het kloosterterrein zelf. Tijdens de archeologische opgravingen te Yesse zijn onder andere sporen van veen, textielproductie (Fig. 2) en bewijs voor de productie van dierlijke producten (fig. 3) gevonden.

Botconcentratie van een rund
Figuur 3: botconcentratie van een rund

Onder deze dierlijke producten vallen wol, leer, vlees en zuivel. Om dit kunnen faciliteren waren er vermoedelijk verschillende faciliteiten, zoals het turfpakhuis en graanpakhuis (fig.4). In historische bronnen wordt het ‘t Melckhuijs’ van Yesse genoemd. Daarnaast werden de kloostermoppen voor de bouw van het klooster op of in de nabijheid van het kloosterterrein zelf gebakken. Als klooster Yesse het voorbeeld van klooster Aduard volgde is het mogelijk dat deze ook voor de verkoop bestemd waren.

 

Speculatieve kaart van het klooster terrein
Figuur 4: speculatieve kaart van het klooster terrein