In de archeologie zijn sporen verkleuringen in de bodem die wijzen op menselijke activiteit in het verleden. Tijdens archeologische opgravingen worden alle sporen in de grond beschreven, zowel in het vlak als in het profiel. Het begrijpen van sporen is heel belangrijk voor de interpretatie van een vindplaats. Bij het beschrijven van sporen wordt er gekeken naar de kleur van de bodem, korrelgrootte van het zand en de vorm van het spoor. Stond hier ooit een paal? Was hier ooit een graf? Stroomde hier ooit water of was dit een droge greppel? Zulke vragen zijn te beantwoorden door in detail naar de bodem te kijken…

Er zijn een aantal dingen nodig om een spoor te kunnen beschrijven. Een textuurdriehoek is hier één van, deze geeft de verhouding tussen soorten grond aan op basis van korrelgrootte. Er zijn meerdere soorten textuurdriehoeken voor verschillende grondsoorten, maar onderstaande afbeelding is degene die wij gebruiken op de opgraving in Yesse.

Ook is een zandliniaal nodig, hier zijn verschillende korrelgroottes in te zien van uiterst grof zand tot silt. Zo kun je de korrelgrootte van een spoor bepalen met een zandliniaal. De groottes van de korrels wordt uitgedrukt in µm (micrometer, of 1/duizendste millimeter). Op de zandliniaal staat voor elke korrelgrootte het aantal micrometer.

Voor het bepalen van de kleur van een spoor wordt een Munsellboekje gebruikt. In dit boekje zitten alle kleuren die je zou kunnen aantreffen in de bodem gekoppeld aan een kleurcode, bijvoorbeeld 10YR5/2 voor de kleur grijsbruin. Hiermee kan de kleur van de grond van een spoor precies beschreven worden (en door iedereen in de wereld met zo een boekje worden vergeleken).

Alle informatie die verzameld is wordt ingevuld in een spoorformulier. Wat als eerst moet worden ingevuld op een spoorformulier zijn standaard gegevens zoals uit welke werkput het spoor komt, welk vlak of profiel en de aard van het spoor (graf? paalkuil? waterput?). Daarna moet de verzamelde informatie worden ingevuld in een tabel per vulling van het spoor. Vervolgens wordt er een interpretatie gedaan voor het spoor en de relatie met anderen sporen wordt beschreven. Bij het beschrijven van de relatie tussen sporen wordt vooral gekeken naar welk spoor ouder is dan het aangrenzende spoor. Ook wordt er een schets gemaakt van het spoor met de omliggende sporen in de werkput.

Dankzij het beschrijven van sporen kan een archeoloog beter begrijpen hoe een vindplaats in elkaar zit. Een tijdrovend maar dankbaar werkje!
