In werkput 50 lag een concentratie van vormstenen bij elkaar. Vormstenen zijn kloostermoppen die een andere vorm hebben dan simpelweg rechthoekig. Ze vormen de ornamenten van de 13e eeuwse baksteengothiek, en versieren vaak ramen, deuren en gevels van kerken en kloosters. Ze kunnen veel verschillende vormen hebben, zoals de vorm van een voetbalfluitje (gewelfstenen), rechthoekig met één schuine zijde (vensterstenen) of ronde uithollingen tonen. De hier afgebeeld vormstenen zien eruit als één derde van een taart!

We weten gelukkig wel de functie van deze bakstenen: het waren de bouwstenen voor pilaren (zuilen) van het klooster. Door de stenen met zijn drieën bij elkaar te leggen, ontstaat een cirkel van ongeveer 30 cm. Daartussen zat in het verleden natuurlijk nog de metselmortel, die gemaakt werd van schelpen van de noordzeekust, die in schuiten via de Hunze naar Yesse werden gebracht.

Door zo steeds een laag te metselen (en voor de stevigheid de voegen natuurlijk steeds iets te draaien), kon een bakstenen zuil worden gemaakt. Bakstenen zuilen waren veel goedkoper dan zuilen die kompleet van natuursteen, zoals kalksteen, zandsteen of marmer konden zijn gemaakt. Door als laatste een witte pleisterlaag toe te voegen, zagen de zuilen er toch chique uit!

Bovenop de zuilen was waarschijnlijk wel een zandstenen bekroning (kapiteel) geplaatst, en het Groninger Museum bewaart nog een aantal van de zandstenen kapitelen van Yesse.

In de kerk van Termunten, is nog goed te zien dat onder het witte pleisterwerk van de zuilen bakstenen verborgen gaan. We kunnen dus toch zo een redelijk beeld krijgen van hoe een vertrek met zuilen te Yesse er uit kan hebben gezien!
