Door een oplettende bezoeker werd dit fragment witbakkend aardewerk uit één van onze storthoop gevist. Het toont groen glazuur op een serie ribbels die als een spiraal om een buisvormig stuk aardewerk heenlopen.

Het was even puzzelen, maar we denken dat het een fragment is van een kandelaar. We kennen namelijk kandelaars uit de late 17e eeuw, waarbij de lont in een reservoir met olie was geplaatst, en waarbij dat reservoir met een (soms gedraaide) steel boven op een voetje was geplaatst. Als brandstof voor deze olielampen werd zowel gebruik gemaakt van dierlijke vetten als plantaardige olie. Vanaf de zeventiende tot diep in de negentiende eeuw gebruikten de mensen visolie maar ook bijvoorbeeld walvistraan, of olie gemaakt van koolzaad, lijnzaad of raapzaad. Bij deze lampen plaatste men de lont in het bovenste reservoir met het tuitje voor de lont. De onderschaal – die vaak iets uitstak – bood stabiliteit en ving de druipende olie op.

Het Yesser exemplaar lijkt hier sterk op, maar had dus een iets frivoler gedraaide steel tussen de bakjes. We missen dus wel het onderschaaltje en het reservoir, waaraan het oor zat waarmee het lampje verplaatst kon worden. Een exemplaar is geschilderd door de Nederlandse schilder Adriaen Coorte (IJzendijke, geboren 1659/1664, overleden 1707) in 1628 in een vanitas-schilderij met zandloper en schedel.
