Mensen kijken met ontzag naar de hoge dikke muren van de zuidzijde van de Kloosterkerk. Aan de basis zijn die muren ongeveer een meter dik. Als je daarbij realiseert dat die muren in 1465 hooguit 30 centimeter diep gefundeerd zijn, dan vraag je je af: hoe kan dat ?
Bij de restauratie begin 30-er jaren van de vorige eeuw werden grote platen ijzeroer onder die muren gevonden. Die platen lagen direct op het hoog gelegen schone dekzand. Daardoor ontstond letterlijk een breed draagvlak voor die muren van bijna 20 meter hoog. Die functie van ijzeroer als draagvlak werd bij het bouwhistorisch onderzoek door Klingers en Ladrak enkele jaren geleden bevestigd.

IJzeroer (dialect: orre) ontstaat doordat ijzerrijk kwelwater uit veengebieden in beekdalen neerslaat op plantenresten. Gedurende duizenden jaren kan die plaatselijke neerslag aangroeien tot platen ijzeroer van soms wel 40 cm dikte. De Ruiten A (loopt Oostelijk langs het Klooster) wordt via de Runde gevoed vanuit het Bargerveen met ijzerrijk water, dat kan je nog steeds zien aan de bruine kleur van het water en van de grond van de bedding en walkanten. In Westerwolde hebben veel boeren een hekel aan ijzeroer, het is ondoorgankelijk voor regenwater en hun ploegscharen sneuvelen er op. Daarom zie je langs akkers soms een stapel van brokken ijzeroer. Even verderop zie je dan mensen die er hun tuinen mee verfraaien, het schijnt goed te werken tegen mos.

Over de herkomst van het ijzeroer dat bij het Klooster onder de muren ligt was tot nu toe weinig bekend. De laatste bewoner van het Klooster, Allie Eenjes, beweerde dat de bouwers een deel van hun grondstoffen van vlakbij haalden, aan de andere kant van het kanaal nabij de loop van de Runde (destijds Drents grondgebied). Voor wat betreft het ijzeroer kan Eenjes daarin best eens gelijk hebben gehad. In het uitbreidingsgebied van De Maten zijn zeer recent enkele grote ijzeroer banken aan de oppervlakte gekomen, op minder dan een kilometer afstand van het Klooster. Dat zou best eens de locatie geweest kunnen zijn vanwaar de bouwers – waarschijnlijk stroomafwaarts via de Ruiten A – het ijzeroer naar de bouwplaats van het Klooster hebben gebracht.

Vanaf de 2e helft van de 19e eeuw werd rond Ter Apel ijzeroer gedolven en verhandeld, niet alleen naar Duitsland maar ook naar Engeland. Archeoloog Henny Groenendijk heeft daarover meerdere artikelen gepubliceerd, hier en hier te lezen.

Als funderingsmateriaal voor kerkenbouw is ijzeroer in maar zelden beschreven. De omvang van de Ter Apeler ijzeroer-fundering en de volstrekt stabiele fundering sedert 1465 mag als uniek beschouwd worden. Een oersterk verhaal dus!